Gullegemse Badmintonclub

badminton, een sport voor jong en oud...

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Spelregels

De beste manier om de spelregels te leren kennen is om ze spelenderwijs te leren van een ervaren speler. Omdat het niet altijd duidelijk is wie de expert is en wie zich voor ervaren speler uitgeeft, hebben we hier nog even de spelregels op een rijtje gezet.
Let op: Dit is GEEN officiële publicatie van het IBF.

 

  1. TERREIN
  2. PALEN
  3. NET
  4. SHUTTLE
  5. RACKET
  6. GOEDGEKEURD MATERIAAL
  7. SPELERS
  8. TOSS
  9. SCOREN
  10. WISSELEN VAN SPEELHELFT
  11. SERVICE
  12. ENKELSPEL
  13. DUBBELSPEL
  14. SERVICE FOUTEN
  15. FOUTEN
  16. LETS
  17. SHUTTLE NIET BESPEELBAAR
  18. SPELONDERBREKING, MISVERSTANDEN, OVERTREDINGEN
  19. OFFICIELEN EN HUN TUSSENKOMST

1. TERREIN

1.1 Het terrein moet rechthoekig zijn en eruit zien als in het diagram (uitgezonderd in het geval beschreven in punt Art 1.5) en de afmetingen zoals in het diagram weergegeven. De lijnen moeten een breedte van 40mm hebben.

1.2 De lijnen dienen gemakkelijk herkenbaar te zijn, en bij voorkeur van een witte of gele kleur.

1.3.1 Om de zone aan te tonen, waarbinnen een goede shuttle valt wanneer deze wordt getest, (Art 4.4), mag een extra markering aangebracht worden van 40mm bij 40mm, aan de binnenzijde van elke zijlijn voor enkelspel, en dit aan de rechterserveerzijde vanop 530mm tot 990mm vanaf de achterste lijn. 

1.3.2 Wanneer deze markeringen worden voorzien, moet men rekening houden dat ze worden geplaatst van 530mm tot 570mm en van 950mm tot 990mm vanaf de achterste lijn, zoals in vorig punt reeds beschreven.  1.4 Alle lijnen vormen een deel van het gebied dat ze bepalen.

1.5 Wanneer er door plaatsgebrek niet genoeg ruimte is om markeringen te voorzien voor een dubbelterrein, dan mag men een terrein afbakenen dat alleen voor enkelspel bedoeld is. De achterste lijn is dan ook de achterste serveerlijn, en de palen, of de markeringen die de plaats ervan bepalen (Art 2.2), worden op de zijlijnen geplaatst.

2. PALEN

2.1 De palen moeten 1,55m in hoogte zijn gemeten vanaf het oppervlak van het terrein. Ze moeten stevig genoeg zijn opdat ze vertikaal zouden blijven staan, en het net dienen gespannen te houden zoals beschreven in Art 3. Ze worden geplaatst op de zijlijnen van het dubbelspel (Uitgezonderd  Art 1.5).

2.2 Waar het niet mogelijk is om de palen op de zijlijnen te plaatsen, moeten andere methodes worden gebruikt om de plaats van de zijlijn aan te geven waar de palen onder het net zouden moeten staan, bv door op de zijlijn een markering aan te brengen in de richting van het net. 

2.3 Op een terrein dat afgebakend is voor dubbelspel, worden de palen op de zijlijnen van het dubbelterrein geplaatst, ongeacht het terrein wordt gebruikt voor enkel- of dubbelspel.

3. NET

3.1 Het net moet vervaardigd zijn uit dunne koord van een donkere kleur, en met een gelijkmatige dikte. De mazen van het net mogen niet kleiner zijn dan 15mm en niet groter dan 20mm.

3.2 Het net dient een hoogte van 760 mm te hebben.

3.3 De bovenzijde van het net moet voorzien zijn van een boord die bestaat uit een soort van wit lint met een breedte van 75mm dat is dubbelgevouwen over een koord of kabel dat door het net is geregen. Dit lint dient op de koord of kabel te rusten.

3.4 De koord of kabel dient stevig genoeg te zijn om het net over de palen te spannen.

3.5 De bovenzijde van het net tot het oppervlak van het terrein moet 1,524m zijn in het midden van het terrein, en 1,55m boven de zijlijnen van het dubbelterrein.

3.6 Er mogen geen gaten zijn tussen de uiteinden van het net en de palen. Indien nodig, moet men de onderste uiteinden van het net aan de palen vastknopen.

4. SHUTTLE

Principe - De shuttle mag gemaakt zijn van natuurlijke en/of synthetische materialen. Wat ook het materiaal is waaruit de shuttle is vervaardigd, z'n vluchtkarakteristieken zouden normaal gezien deze van een natuurlijke veren shuttle moeten benaderen.

4.1 Algemeen ontwerp 4.1.1 De shuttle moet bestaan uit 16 veren die in een basis zijn bevestigd.

4.1.2 De veren mogen een variabele lengte hebben van 64mm tot 70mm, maar in een shuttle moeten ze allemaal dezelfde lengte hebben, wanneer men ze meet vanaf het uiteinde tot aan de basis.

4.1.3 De uiteinden van de veren moeten een cirkel vormen met een diameter van 58mm tot 68mm.

4.1.4 De veren dienen goed vastgezet te zijn.

4.1.5 De basis of dop moet:

  • 25mm tot 28mm in diameter zijn
  • van onderkant rond zijn.

 4.2 Gewicht De shuttle moet tussen 4,74 en 5,50 gram wegen.

4.3 Niet-Veren Shuttle

4.3.1 De bekleding, of verengedeelte in synthetisch materiaal, vervangt de natuurlijke veren.

4.3.2 De dop is beschreven in Art 4.1.5.

4.3.3 Afmetingen en gewicht moeten zijn zoals in Art 4.1.2, 4.1.3 en 4.2.beschreven. Een afwijking van max. 10% van deze waarden wordt nog als acceptabel bevonden.
 

4.4 Shuttles Testen

4.4.1 Om een shuttle te testen, gebruik een volle onderhandse slag welke de shuttle raakt van achter de achterste lijn. De shuttle dient geslagen te worden in een opwaartse hoek, en evenwijdig aan de zijlijn.

4.4.2 Een goede shuttle zal landen op tussen 530mm en 990mm van de andere achterste lijn.
 

4.5 Aanpassingen
Normaal mogen er geen aanpassingen worden gedaan aan het ontwerp, de snelheid en de vlucht van de shuttle zonder toestemming van de betrokken Nationale Organisatie, uitgezonderd:

4.5.1 Op plaatsen waar de atmosferische omstandigheden ten gevolge van hoogte of klimaat het gebruik van een standaard shuttle onmogelijk maakt; of


4.5.2 In speciale omstandigheden welke bepalend zijn voor het verloop van de wedstrijd.

5. RACKET

5.1 Het raakvlak van de racket moet vlak zijn en bestaan uit een structuur van (geweven) gekruiste draden die verbonden zijn met een frame. Het bedradingspatroon moet uniform zijn, en niet dichter in het midden dan op enige andere plaats.

5.2 Het frame van de racket, inclusief het handvat, mag niet langer zijn dan 680mm in zijn totale lengte, en 230mm in zijn totale breedte.

5.3 De totale lengte van het blad mag niet groter zijn dan 290mm.

5.4 Het bespannen oppervlak mag niet groter zijn dan 280mm op 220mm als maximale afmetingen.

5.5 Het racket: 5.5.1 Moet vrij zijn van aanhangende objecten, uitgezonderd deze die nodig zijn om de levensduur van het racket te verlengen, schokken op te vangen, een betere gewichtsverdeling te bekomen, of om de greep te verzekeren door een koord die aan de speler's hand wordt bevestigd; en

5.5.2 Moet vrij zijn van enige mogelijkheid voor de speler om de grootte van het racket te wijzigen tijdens het spel.

6. GOEDGEKEURD MATERIAAL

De Internationale Badminton Federatie zal bepalen of een racket, shuttle of enig ander materiaal of prototype dat wordt gebruikt bij het badmintonspel overeenkomt met de specificaties en of het is goedgekeurd of niet.

7. SPELERS

7.1 Onder "Spelers" verstaat men: Ieder die deelneemt aan de wedstrijd.

7.2 Het spel wordt gespeeld, met twee spelers aan elke zijde voor het dubbelspel, of bij enkelspel door één speler aan beide zijde van het terrein.

7.3 De zijde die het recht heeft op de service wordt de serverende zijde genoemd, en de andere zijde de ontvangende zijde.

8. TOSS

8.1 Vooraleer men een wedstrijd begint dient er getost te worden tussen beide zijden. De zijde die de toss wint, heeft dan de keuze uit ofwel Art 8.1.1 of Art 8.1.2.

 

8.1.1 Om als eerste te serveren of te ontvangen.

8.1.2 Om het spel te beginnen aan de speelhelft die hij/zij verkiest.

8.2 De zijde die de toss verliest, heeft dan de keuze uit de overgebleven mogelijkheden.

9. SCOREN

9.1 Er wordt gespeeld tot één van beide zijden 2 gewonnen sets heeft, tenzij anders opgegeven. 

9.2 Een set is gewonnen wanneer één van beide zijden als eerst 21 punten behaald en het verschil minstens 2 punten bedraagt. Eén uitzondering: bij 30 stopt de game sowieso. Dus als de game doorgaat tot 29-29 wint diegene die het volgend punt scoort.

9.3 De zijde die set wint, begint de volgende set met serveren.

10. WISSELEN VAN SPEELHELFT

10.1 Spelers wisselen van speelhelft:

 

10.1.1 Bij het einde van de eerste set;

10.1.2 Voor het begin van de derde set (als die er is); en

10.1.3 In de derde set, of in een wedstrijd gaande over 1 set, als de winnende score 11 bereikt.  

10.2 Wanneer de spelers vergeten zijn van kant te wisselen zoals beschreven in Art 10.1, dan zullen zij dit doen van zodra dit wordt opgemerkt en de heersende score zal blijven behouden.

11. SERVICE

11.1 Bij een juiste service:

 

11.1.1 Geen van beide zijden zal onnodige vertraging teweeg brengen bij het serveren.

11.1.2 De serveerder en ontvanger moeten diagonaal staan ten opzichte van elkaar, in de overeenstemmende vakken, zonder daarbij de lijnen te raken die deze zones afbakenen. Beide voeten van zowel de serveerder als de ontvanger moeten in contact staan met het terreinoppervlak op het moment dat de service wordt gegeven (Art 11.4);

11.1.3 Het racket van de serveerder dient de shuttle te raken, waarbij de shuttle zich onder het middel van de serveerder moet bevinden;

11.1.4 De steel van het serveerder's racket dient, op het moment van het raken van de shuttle, in een neerwaartse richting te wijzen zozeer dat het gehele blad van het racket zich waarneembaar onder de hand, waarmee de serveerder de shuttle serveert, bevindt;

ServiceGreep

11.1.5 De beweging van het serveerder's racket moet in een vloeiende beweging, en steeds in voorwaartse richting zijn na het begin van de service (Art 11.2) totdat de service is gegeven; en

11.1.6 De vlucht van de shuttle moet opwaarts zijn vanaf het serveerder's racket, om alzo over het net, en indien niet onderschept,  in het vak van de ontvanger terechtkomt.
 

11.2 Eénmaal de spelers hun positie hebben ingenomen, bepaalt de eerste voorwaartse beweging van het serveerder's racket, het begin van de service.

11.3 De serveerder zal niet serveren alvorens de ontvanger klaar is, maar de ontvanger wordt verondersteld klaar geweest te zijn indien deze een poging deed om de service terug te brengen.

11.4 De service is gegeven wanneer, eenmaal gestart (Art 11.2), de shuttle geslagen is door de serveerder of wanneer de shuttle op de grond geraakt.

11.5 Bij dubbels, mogen de partners elke positie aannemen, die de tegenstander het zicht niet belemmert.

12. ENKELSPEL

12.1 De spelers dienen te serveren vanuit, en te ontvangen in, hun rechter serveervak wanneer de serveerder nog niet heeft gescoord of een even aantal punten heeft behaald in die set.

12.2 De shuttle wordt afwisselend door de serveerder en de ontvanger teruggeslagen totdat een "fout" wordt gemaakt of wanneer de shuttle niet meer bespeelbaar is.

12.2.1 Als de ontvanger een "fout" maakt of de shuttle niet meer bespeelbaar is omdat deze de grond raakt binnen het terrein van de ontvanger, dan wordt er een punt gescoord door de serveerder. De serveerder serveert dan opnieuw vanaf het aangrenzende serveervak.

12.2.2 Als de serveerder een "fout" maakt of de shuttle niet meer bespeelbaar is omdat deze de grond raakt binnen het terrein van de serveerder, dan verliest de serveerder de service, en krijgt de ontvanger de service toegewezen, waarbij er tevens een punt wordt gescoord door de ontvanger.

13. DUBBELSPEL

13.1 Bij het begin van een partij wordt er vanuit het rechter serveervak worden geserveerd. Tijdens de wedstrijd wordt er bij even puntentotaal vanuit het rechtervak geserveerd, bij oneven puntentotaal vanuit het linker serveervak.

13.2 Alleen de ontvanger mag de service terugslaan: wanneer de shuttle de partner van de ontvanger raakt, of deze slaat de shuttle terug, dan wordt er een punt gescoord door de serverende zijde.

13.2.1 Nadat de service is teruggeslagen, mag de shuttle door beide spelers van de serveerderszijde worden teruggespeeld, en vervolgens ook door beide spelers van de ontvangende zijde, en dit net zolang totdat er een punt wordt gescoord.

13.2.2 Nadat de service is teruggespeeld, mag een speler de shuttle terugslaan, ongeacht zijn positie op het terrein.

13.2.3 Wanneer de ontvangende zijde een "fout" maakt of de shuttle is niet meer bespeelbaar omdat deze de grond heeft geraakt binnen het terrein van de ontvangende partij, dan scoort de serverende partij een punt, en mag deze opnieuw serveren vanaf het aangrenzende serveervak.

13.2.4 Als de serverende zijde een "fout" maakt, of de shuttle is niet meer bespeelbaar omdat deze de grond heeft geraakt binnen het terrein van de serverende partij, dan verliest de serveerder zijn service en wordt er door de ontvanger een punt gescoord.

13.8 Geen enkele speler mag serveren wanneer het diens beurt niet is, dit geldt ook voor het ontvangen. Ook het ontvangen van twee opeenvolgende services in dezelfde set is niet toegestaan, uitgezonderd zoals weergegeven in Art. 14 en 16.

13.9 Om het even welke speler van de winnende zijde mag in de volgende set beginnen met serveren, en om het even welke speler van de verliezende zijde mag in de volgende set beginnen met het ontvangen van de service.

14. SERVICE FOUTEN

14.1 Er wordt een servicefout gemaakt wanneer een speler:

 

14.1.1 heeft geserveerd terwijl het niet zijn beurt was om te serveren;

14.1.2 vanaf de verkeerde serveerzijde heeft geserveerd; of

14.1.3 in het verkeerde serveervak stond, klaar was om te ontvangen en de service werd gegeven.
 

14.2 Wanneer er een serveerfout wordt gemaakt, dan:

 

14.2.1 wordt er, indien dit wordt ontdekt alvorens de volgende service wordt gegeven, een "let" gegeven. Wanneer er slechts één zijde een fout heeft gemaakt (de serverende), en deze de rally, waarin de fout werd gemaakt, verloren heeft, dan zal de fout niet worden hersteld.

14.2.2 wordt deze, indien de fout niet wordt opgemerkt alvorens de volgende service wordt gegeven, niet gecorrigeerd.
 

14.3 Als er een "let" is gegeven tengevolge van een servicefout, dan wordt de rally overgespeeld waarbij de fout wordt hersteld.

14.4 Wanneer een serveerfout niet wordt hersteld, dan wordt het spel gewoon verdergezet zonder dat de spelers van servicezijde wisselen. (zelfs wanneer het relevant zou lijken, hierdoor wordt de fout alsnog opgelost).

15. FOUTEN

 Het is een "fout":

15.1 Als een service niet correct is (Art 11.1);

15.2 Als de serveerder, in een poging om te serveren, de shuttle mist;

15.3 Als de shuttle, na de service, in het net, of op het net terechtkomt;

15.4 Als de shuttle in het spel:

15.4.1 buiten de betroffen grenzen landt;

15.4.2 door, of onder het net gaat;

15.4.3 niet meer over het net geraakt;

15.4.4 het plafond, of de zijmuren naast het terrein raakt;

15.4.5 een persoon of kledingstuk van één der spelers raakt; of

15.4.6 eender welk ander object of persoon buiten de onmiddellijke omgeving van het terrein raakt;
 

15.5 Als, tijdens het spel, het contactpunt met de shuttle niet aan de ' aan slag zijnde speler's ' zijde van het net is gelegen. (De speler mag wel de shuttle over het net volgen, tengevolge van zijn slag).

15.6 Als een speler tijdens de partij:

15.6.1 het net raakt of de palen met zijn/haar racket, kleding of lichaam;

15.6.2 OVER HET NET, op de speelhelft van de tegenstander terechtkomt met zijn/haar racket of lichaam uitgezonderd in Art 15.5;

15.6.3 ONDER HET NET DOOR, op de speelhelft van de tegenstander terechtkomt met zijn/haar racket of lichaam, zodat de tegenstander gehinderd of afgeleid wordt; of

15.6.4 zijn/haar tegenstander hindert, d.w.z. dat hij/zij de tegenstander verhindert om de shuttle op een juiste manier te slaan wanneer deze wordt gevolgd aan het net;
 

15.7 Als tijdens de partij, een speler plotseling zijn/haar tegenstander afleidt door eender welke actie of opmerking;

15.8 Als tijdens de partij, de shuttle:

15.8.1 wordt opgevangen en wordt gedragen tijdens de slag (d.w.z. dat de slag in één vloeiende beweging moet gebeuren, en dat de shuttle hierbij niet mag worden 'gedragen' met het racket);

15.8.2 tweemaal wordt geraakt door dezelfde speler in twee slagen (Een dubbele slag door één speler met één enkele slag is geen fout); of

15.8.3 door een speler wordt geslagen en achtereenvolgens door diens partner, of

15.8.4 het racket van een speler raakt, en vervolgens aan de achterzijde van diens terrein buiten gaat.
 

15.9 Als een speler beledigend, of herhaaldelijk flagrant overkomt Art 18.

16. LETS

"Let" wordt geroepen door een scheidsrechter, of door een speler (als er geen scheidsrechter is) om het spel te onderbreken.

16.1 Een "let" mag worden gegeven voor elk onvoorzien of toevallig voorval.

16.2 Wanneer een shuttle, nadat deze het net heeft gepasseerd, in het net of op het net belandt, wordt er een "let" gegeven, uitgezonderd bij de service.

16.3 Als er bij de service, door zowel de serveerder als de ontvanger gelijktijdig een fout wordt gemaakt, dan is er een "let".

16.4 Wanneer de serveerder serveert alvorens de ontvanger hiertoe klaar was, wordt er eveneens een "let" gegeven.

16.5 Wanneer de shuttle tijdens het spel uiteenvalt, en de dop van het verengedeelte loskomt, dan is het eveneens een "let".

16.6 Als een lijnrechter niet in de mogelijkheid was om een shuttle te beoordelen, en de scheidsrechter onmogelijk in staat is een beslissing te nemen, dan wordt er een "let" gegeven.

16.7 Wanneer een "let" voorkomt, zal het spel na de laatste service niet gelden, en de speler die laatst serveerde zal opnieuw dienen te serveren, uitgezonderd wanneer Art 14 van toepassing is.

17. SHUTTLE NIET BESPEELBAAR

Een shuttle is niet bespeelbaar als:

17.1 deze het net raakt en erin blijft vastzitten, of op de netrand blijft liggen;

17.2 deze het net raakt alvorens deze het net heeft gekruist en naar beneden valt aan de zijde van de speler die de shuttle het laatst heeft geslagen;

17.3 deze het terrein raakt; of

17.4 een "fout" of "let" zich heeft voorgedaan.

18. SPELONDERBREKING, MISVERSTANDEN, OVERTREDINGEN

18.1 Het spel dient ononderbroken te zijn vanaf de eerste service totdat de match is beéindigd, uitgezonderd zoals toegelaten in Art 18.3 en 18.4.

18.2 Tussen de eerste en de tweede set is een interval van 90 seconden toegestaan. De spelers mogen tijdens deze pauze het terrein niet verlaten. Het is toegestaan dat een coach zijn/haar speler technisch advies komt geven op het terrein.

18.3 Tussen de tweede en derde set in een interval van maximaal 5 minuten toegestaan in alle volgende situaties:

18.3.1 In internationale competitieve evenementen;

18.3.2 In IBF gesteunde evenementen; en

18.3.3 In alle andere matchen (tenzij dat de Nationale Organizatie op voorhand een publicatie heeft verspreid waarin dit interval niet wordt toegestaan).
 

18.4 Indien het door omstandigheden, buiten controle van de spelers, nodig is, kan de scheidsrechter het spel stilleggen voor een onbepaalde tijd (door de scheidsrechter bepaald). Wanneer een spel wordt stilgelegd, blijft de heersende score gehandhaafd, en zal deze worden verdergezet wanneer de partij wordt verdergezet.

18.5 Onder geen enkele omstandigheid mag een spel worden onderbroken om een speler terug op kracht te laten komen, of om technisch advies in te winnen.

18.5.1 Uitgezonderd tijdens de intervallen beschreven in Art 18.3 en 18.4, mag geen enkele speler advies krijgen tijdens de partij.

18.5.2 Uitgezonderd het einde van een match, mag geen enkele speler het terrein verlaten zonder hiervoor de toestemming te hebben van de scheidsrechter.
 

18.6 De scheidrechter zal de enige beoordelaar zijn van elke spelonderbreking.

18.7 Een speler zal:

18.7.1 de partij niet opzettelijk onderbreken;

18.7.2 de snelheid van de shuttle niet opzettelijk belemmeren;

18.7.3 zich niet beledigend opstellen; of

18.7.4 zich niet schuldig maken aan het 'niet naleven' van de reglementen beschreven in het Badminton Reglement
 

18.8 De scheidsrechter dient toe te zien op elke overtreding op Art 18.5, 18.6, of 18.7 door:

 

18.8.1 een waarschuwing te geven aan de overtreder;

18.8.2 de overtreder te bestraffen, indien deze reeds eerder gewaarschuwd was of

18.8.3 In geval van een zware overtreding, de overtreder bestraffen en deze onmiddellijk te melden bij de hoofdscheidsrechter, die op zijn beurt de mogelijkheid de betroffen persoon te diskwalificeren.
 

18.9 Indien er geen hoofdscheidsrechter is aangewezen, zal de verantwoordelijke officieel de mogelijkheid hebben om de persoon te diskwalificeren.

19. OFFICIELEN EN HUN TUSSENKOMST

19.1 De hoofdscheidsrechter heeft de leiding van een tornooi of evenement waarvan de match deel uitmaakt.

19.2 De scheidsrechter, indien deze aanwezig, heeft de leiding over de wedstrijd, de terreinen en de onmiddellijke omgeving daarrond. Hij zal rapport uitbrengen bij de hoofdscheidsrechter. Bij het ontbreken van een hoofdscheidsrechter zal de scheidsrechter rapport uitbrengen bij de verantwoordelijke van het tornooi of evenement.

19.3 De "service-rechter" zal een servicefout aangeven die gemaakt wordt door een speler, indien dit zich voordoet (Art 11).

19.4 Een lijnrechter bepaalt of een shuttle "in" of "uit" is.

EEN SCHEIDSRECHTER ZAL:

19.5 Het Badminton Reglement streng handhaven, en in het bijzonder een "fout" of "let" geven indien dit zich voordoet, zonder rekening te houden met opmerkingen van één der spelers;

19.6 Een beslissing nemen bij elk geval van betwisting, en dit alvorens de volgende service wordt gegeven;

19.7 Verzekeren dat de spelers en de toeschouwers op de hoogte blijven gehouden van de stand gedurende de wedstrijd;

19.8 Lijnrechters en/of Service-rechters aanwijzen, in overleg met de hoofdscheidsrechter;

19.9 Nooit de beslissing van een lijnrechter of service-rechter verwerpen;

19.10.1 Daar waar er geen terreinverantwoordelijke is aangeduid, dient men een persoon aan te stellen om diens plichten te vervullen;

19.10.2 Daar waar een aangewezen officieel niet in staat was om een eventuele fout op te merken, dient men zijn plicht te doen, of een "let" te geven;
 

19.11 Beslis bij elke spelopschorting;

19.12 Noteer en rapporteer alle zaken met betrekking op Art 18; en

19.13 Ga, met elke vorm van beroep tegen het reglement, met de betreffende vraag naar de hoofdscheidsrechter. (Deze beroepen dienen te worden gedaan alvorens er aan de volgende service wordt begonnen, of, indien aan het einde van de partij, alvorens de betroffen persoon het terrein verlaat.)

 

Last Updated on Tuesday, 19 July 2011 08:24